Werp jij weleens een blik op het etiket? Elke stof heeft tenslotte zijn eigen plussen en minnen. De één is lekker strijkvrij, de ander mag niet in de droger. Een spoedcursus stoffen checken.


1. Katoen
Katoen is een natuurlijke stof die je overal ziet: van broeken (zoals jeans) tot jasjes en T-shirts.
Plus: draagt prettig, neemt veel vocht op, en wit katoen kan zelfs op 95 graden gewassen worden.
Min: kreukt flink en heeft dus een strijkbeurt nodig. Ook kan de kleur vervagen. Dit is overigens afhankelijk van de kwaliteit van de verf.


2. Wol
Wol is afkomstig van de vacht van schapen. Het is een echt wintermateriaal voor bijvoorbeeld sjaals, truien en vesten.
Plus: is warm, zacht, zeer vochtvasthoudend en reinigt zichzelf. Hang een gedragen trui in een vochtige ruimte, bijvoorbeeld de douche, en de stofdeeltjes laten vanzelf los.
Min: krimpt snel. Alleen met de hand of op het wolwasprogramma wassen.

3. Linnen 
Linnen is een natuurlijk materiaal, dat je zomers veel ziet. Bijvoorbeeld bij flared broeken en losvallende blouses.
Plus: lijkt op katoen, maar glanst meer en is grover van structuur.
Min: loopt vrij snel uit en kreukt flink. Maar bij een nonchalante look hoef je linnen niet te strijken.
4. Viscose
Viscose is de kunstmatige variant van katoen. Je ziet het veel in T-shirts, jurken, rokken en blouses.
Plus: net als katoen is viscose goed vochtabsorberend en prettig draagbaar.
Min: is vrij slap van structuur en als de stof nat wordt, bijvoorbeeld door zweet, trek je er makkelijk een gat in. Daarom is viscose niet geschikt voor onder meer sportkleding.
5. Acryl
Acryl is een synthetische wolvervanger en wordt veel gebruikt in sokken, sjaals en truien. Ook zomerse, losvallende cocooning truien kunnen van acryl zijn.
Plus: is, net als wol, heerlijk warm. Maar kan wel op 30 of 40 graden gewassen worden.
Min: pilt snel.
6. Polyester
Polyester wordt als synthetische stof veel gebruikt in dameskleding: blouses, jurken en T-shirts. 100 procent polyester komt wel voor, maar meestal wordt de stof gemengd. Bijvoorbeeld met katoen.
Plus: is sterk, strijkvrij en vormvast.
Min: 100 procent polyester neemt geen vocht op en kan dus zweterig aanvoelen.
7. Nylon
Nylon is de merknaam van de synthetische stof polyamide en wordt vooral op de huid gedragen. Denk aan bh´s en panty´s.
Plus: is sterk, vormvast en kreukt niet.
Min: neemt geen vocht op en kan daarom zweterig aanvoelen.
8. Elasthaan
Elasthaan is een rekbaar, synthetisch rubber. Een hulpstof waarvan vaak een paar procent aan een ander materiaal wordt toegevoegd.
Plus: draagt zeer comfortabel. Daarom bestaat een jeans bijvoorbeeld uit 98 procent katoen en 2 procent elasthaan.
Min: kan niet in de droger, want dan gaat de rek eruit.
9. Hennep
Hennep (niet te verwarren met de rookbare variant…) groeit ook in Nederland en is de afgelopen tien jaar steeds populairder geworden. De bastvezel lijkt op die van linnen. Je ziet het materiaal dan ook bij zomerse, losvallende kleding, zoals flared broeken en blouses.
Plus: net als linnen is hennep grof van structuur en licht glanzend. Je kunt er ook fijne breisels van maken.
Min: kreukt flink. Tenzij je een nonchalante look wilt, moet je hennep goed strijken.
10. Bamboe
Bamboe is een katoenvervanger en wordt op dezelfde manier gefabriceerd als viscose. Je vindt het materiaal steeds vaker in bijvoorbeeld handdoeken, sokken en overhemden.
Plus: is zacht, comfortabel, slijtvast, antibacterieel en absorbeert drie keer meer vocht dan katoen. Dit doordat bamboe microgaatjes bevat.
Min: net als viscose is bamboe vrij slap van structuur.

Bron:
www.indemode.nu
Dit artikel is tot stand gekomen met medewerking van Roelie Gaasbeek, docent bij opleidingsinstituut DETEX/TMO.

Send this to a friend